saintlazarus

Geschiedenis van de Orde

De Orde van Sint Lazarus is een ridderorde met traceerbare wortels in de 12de eeuw. Buiten de muren van Jerusalem bestond een lepra hospitaal. Dit hospitaal was ca. 325 A.D. gesticht door Armeense monniken die opvang boden aan gestrande pelgrims. Tijdens de kruistochten werden ook kruisridders die door lepra getroffen waren verzorgd in het hospitaal onder de eerste rector Gerard de Tenque (overleden 1120) later 1e Grootmeester. Zij werden onder hun eigen regel verzorgd door de fraters Leprosi Deo Serventibus. Herstelde kruisridders werden weer ingezet in de strijd, maar bleven verbonden aan de Lazarus Orde. De Franse koning Lodewijk IX nam na zijn deelname aan de kruistochten een aantal ridders mee naar Frankrijk om hen in te zetten voor de leprazorg. In het huis van Boigny kwamen zij onder zijn bescherming en hier bevond zich lange tijd de zetel van de Grootmeester. Van hieruit verspreidde de Orde haar takken in Europa, en vestigde zich onder andere in Engeland (Burton Lazars), Zwitserland (Seedorf), Duitsland (Gotha), het hospitaal van Maria Magdalena, Nederland (Haarlem) en in Capua. Thomas de Sainville heeft zich met zijn inzet voor de buitenlandse vestigingen als Grootmeester (1276-1312) een grote reputatie verworven. Tot aan vandaag is ondersteuning van de leprabestrijding één van de activiteiten van de Orde. In de 21 ste eeuw kent de Orde vele jurisdicties in de continenten van de wereld.

De Grootmeester van de Orde is lid van de familie de Borbon en is traditioneel Commandeur van het Castello op Malta, waar ook de Grootkanselarij is gevestigd.

De naam van de Orde is in de 20 ste eeuw vastgesteld als de Militaire en Hospitaal Orde van Sint Lazarus van Jerusalem. De hospitaal functie duidt aan waar zij voor staat, namelijk de Christelijke plicht na te komen om liefdadigheid en hulp te bieden aan diegenen die dit dringend nodig hebben, zonder onderscheid in ras of geloof. Dat dit geen geringe opdracht is behoeft geen betoog en het streven is zoveel mogelijk samen te werken met andere charitatieve organisaties om de doelen te verwezenlijken.

De Grootmeester heeft toegestaan dat ook niet adellijke personen als lid van de Orde kunnen toetreden. De Orde is al eeuwen seculier en heeft een oecumenisch karakter.